Room, Constructed to Provide Persistent Absence
Toronto, 29 januari 2002

Marije Langelaar: In de kamer die je hebt gereconstrueerd in Toronto valt mij vooral de bijna beangstigende klinische afwezigheid van een bewoner op.
Mark Manders: Ja, ik wilde een kamer maken waar je doorheen kunt lopen zonder dat je er echt in aanwezig kunt zijn. Alsof de kamer alleen maar van een afstand te bekijken is, als in een etalage. Alles in deze kamer wijst op de aanwezigheid van een bewoner, maar tegelijkertijd voelt het of er in deze kamer alleen maar afwezigheid kan bestaan.
Dus er is een dubbele afwezigheid in deze kamer. Er wordt een leegte opgewekt die voortdurend gevoed wordt.
Deze kamer bestaat uit woorden die zijn omgebouwd tot afstandelijke voorwerpen waarin de bewoner zich heeft teruggetrokken. Alle werken in deze kamer zijn gemaakt om een beeld van deze bewoner op te roepen en alle werken zijn ingetogen, maar in hun ingeslotenheid bevindt zich telkens een soort hysterisch gedachtepatroon. De ijzeren stoel bijvoorbeeld is tot stand gekomen door een combinatie van ontwerpprocessen uit de afgelopen eeuw die zo ver zijn doorgevoerd en opgestapeld totdat er een stoel ontstond die alleen maar uit formele gedachten bestaat die nauwelijks een fysieke aansluiting hebben. De bewoner zit gelijktijdig in elk onderdeel van deze kamer opgesloten, en komt telkens vrij als de voorwerpen door een bezoeker gelezen worden. Op het moment dat deze kamer gereed was heb ik mij ontkleed, heb mijn lenzen uitgedaan en heb ik het kledingpakketje, inclusief schoenen en lenzen, tussen de stoel en het bed ingeklemd.
Het valt mij steeds op dat jijzelf en die geconstrueerde persoon Mark Manders zo met elkaar verweven zijn.
Deze kamer bestaat natuurlijk uiteindelijk uit gestolde gedachten van mijzelf, precies zoals de menselijke wereld. De straten van Toronto bestaan ook uit gezamenlijk gestolde gedachten. Kijk hoe daar die straatpaal bij dat bord staat. Deze kamer is op precies dezelfde wijze tot stand gekomen als deze straat. Met dat verschil dat wij alleen van buitenaf in deze kamer kunnen kijken, omdat het een kunstwerk is. Dus die kamer en die straat komen overeen in het principe dat ze beide bedachte en geëvolueerde constructies zijn. Met dat verschil dat de straat bij de meeste mensen geen angst of bevreemding oproept omdat wij totaal vertrouwd zijn geraakt met het eigenlijk absurde en complexe beeld van de straat. Ook een verschil is dat de straat in heel de wereld volgens nagenoeg dezelfde wetten tot stand is gekomen. De straat is een geëvolueerde samenvoeging van onnoemelijk veel gedachten en gematerialiseerde beslissingen van een ontelbaar aantal mensen en generaties. De kamers uit mijn zelfportret zijn gebaseerd op de wereld om mij heen, maar zitten zo in elkaar dat zij een beeld oproepen van de binnenwereld van een persoon.
Kun je iets vertellen over de pen die boven het gat in de figuur die op het bed ligt hangt?
Allereerst is de figuur helemaal teruggebracht tot een lichaam waarvan je je nauwelijks kunt voorstellen dat het zich kan bewegen. Het lichaam heeft geen armen en is geheel overgeleverd aan zijn omgeving. Het lichaam heeft dezelfde textuur als het matras en lijkt bijna verzonken in het bed. Aan de zijkant bevindt zich een ijzeren constructie die met riempjes tegen het lichaam wordt gedrukt. Aan deze ijzeren constructie hangt een balpen die steeds boven de opening van deze figuur hangt. Het lijkt alsof er door de machteloosheid van de figuur en de positie van de pen een voortdurend wederzijds verlangen wordt opgewekt. Tussen de punt van de balpen en de opening in de figuur is een brandpunt ontstaan dat zich uitrekt in de tijd, tot een eindeloos moment. Dit brandpunt lijkt de figuur tot leven te willen wekken maar maakt haar tegelijkertijd juist tot een dood, niet-verhalend voorwerp.
De hysterie die als een kolkend gedachtepatroon in de stille dingen van deze kamer besloten ligt is ook terug te vinden in de tekening Drawing with Vanishing Point.
De tekening is een projectie waaraan denkhandelingen af te lezen zijn. Met denkhandelingen bedoel ik, vereenvoudigd: ik zet mijn potlood op het papier, ik maak een bocht naar rechts en neem mijn potlood weer op. Nadat ik het eerste aspect van deze tekening voltooide heb ik de tekening omgezet in een perspectieftekening waarin elke duidelijke denkbeslissing via een perspectieflijn teruggaat naar een verdwijnpunt. Door het verdwijnpunt in deze tekening lijkt het ook alsof dit beeld uit dit punt wordt geprojecteerd. De voorstelling van een paard dat op vier ballen balanceert bevindt zich in een landschappelijke ruimte van louter krassen. Het lijkt vanuit het papier geprojecteerd te worden. Ik vind het een interessant idee dat de beslissingen die plaats hebben gevonden in je brein direct hun weerslag hebben gevonden op het papier, in de vorm van lijnen en krassen die samen een duizelingwekkend precieze constructie vormen. Voor mij lijkt deze tekening een afbeelding te zijn die op een complexe manier het wezen van het bewustzijn laat zien. De tekening bestaat eigenlijk uit een verdwijn- en projectiepunt, een prachtige tegenstelling, waar een werkelijkheid uit openklapt die voor de tekening hangt. Omdat wij deze lijnen kunnen lezen als een samenhangende afbeelding, wordt de tekening voor ons zichtbaar. Het feit dat de afbeelding die tevoorschijn wordt gehaald een wild paard is dat gevangen is op een evenwichtig en zeer kortstondig moment, doet mij ook onmiddellijk de samenhang verstaan met de werking van het bewustzijn. Voor mij is dit werk ook verwant aan Wednesday Box. Dat werk laat overigens ook duidelijk een handeling zien: een voorwerp in een kartonnen doos leggen. Het voorwerp dat in de doos is gelegd is een kruising tussen een ding en een lichaam. Ik heb geprobeerd om een lichaam te maken dat uiterst vereenvoudigd is en heel weinig referentiepunten heeft met het menselijk lichaam, alhoewel het één anatomisch correct detail heeft, namelijk het heupbeenbot. Ik heb geprobeerd om een soort onderhuidse spanning in het lichaam te krijgen. Ik stelde me voor dat het een voortdurend vallende figuur was, een armloos vallend lichaam. Ik vind het mooi hoe je eigen lichaam zich verhoudt tot het lichaam in de doos, je wordt je heel erg bewust van je eigen lengte. Ik vind het ook wel een soort landschap eigenlijk. Het gehele beeld heeft een verontrustend karakter. Ik vind het belangrijk hoe je eigen lichaam zich verhoudt tot een voorwerp. Het werk met de theezakjes krijgt door de plaatsing een grote fysieke impact. Ik had op een gegeven moment ontzettend de behoefte om iets moois te zeggen en ben met een enorme haast naar de supermarkt gegaan en heb toen een tiental pakken thee gekocht. Daarna heb ik een lange periode gewerkt aan een opstelling van theezakjes die uiteindelijk echt iets lijkt te zeggen. Het lijkt het meest op een taalloos woord waar toch een gevoel uit spreekt. Ik weet zeker dat dit absoluut de best mogelijke opstelling is van vijf theezakjes.
Hoe verhoudt dit werk zich tot Parallel Occurrence, die in de tentoonstelling in Toronto naast elkaar geplaatst worden?
Ze hebben beide iets gemeen in relatie tot taal. Beide werken zijn opgebouwd als een soort woord of zin. In Parallel Occurrence eindigt een reeks voorwerpen met een envelop die aan een hangende vos gekleefd zit. Het geheel doet me ook denken aan een verhuizing. Om de tafel te beschermen tegen het harde metaal van de ijzeren ketting waarmee de vos is opgehangen heb ik drie kranten gebruikt. In tegenstelling tot de theezakjes die ik in de supermarkt heb gekocht vond ik dat als ik kranten zou gebruiken binnen mijn werk, ze door mijzelf gemaakt zouden moeten worden. Uiteindelijk zijn twee van deze kranten huis-aan-huiskranten geworden in grote oplages. Het zijn als het ware blinde kranten waar alleen maar 'vijf' in wordt gezegd. (pp. 92, 96)
Het is interessant dat dagelijkse voorwerpen op een natuurlijke manier en op een gelijkwaardig niveau gecombineerd worden met zelfgemaakte voorwerpen. Het is vreemd dat deze dagelijkse voorwerpen, zoals de theezakjes en pakken suiker, binnen jouw werk een totaal ander uiterlijk lijken te krijgen. Deze voorwerpen krijgen een nieuwe en door de fabrikant geheel onvoorziene waarde. Het is vreemd om deze voorwerpen later in een supermarkt terug te zien, ze lijken toegeëigend te zijn door jouw werk.
Ik ben er ook nog steeds op gebrand om mij meer voorwerpen toe te eigenen, maar het is heel moeilijk om dingen in mijn gebouw te krijgen. Natuurlijk wil ik zo veel mogelijk van de wereld in mijn gebouw hebben.
Voor de kamers met de enorme verzameling vijven heb je natuurlijk veel voorwerpen geannexeerd. Hoe de theezakjes in je gebouw zijn gekomen is me nu duidelijk, maar waardoor besloot je een pak suiker binnen te halen?
Dat is een vrij complex verhaal en heeft te maken met het boek Coloured Room with Black and White Scene (pp. 98) dat ik in 1999 afgemaakt heb. Ik wilde graag een boek maken en heb om te beginnen een selectie woorden die mij op zich wel interesseerden op alfabetische volgorde gezet. Zo'n 70 Engelse woorden. Vervolgens heb ik zo veel mogelijk zinnen van deze woorden gemaakt. In het boek worden deze zinnen als horizonten op de pagina gepresenteerd. Soms zijn het ook letterlijk landschappen en soms kleine filmische brandpunten, bijvoorbeeld 'falling earring', een bevroren moment binnen de taal waar vele mogelijke filmische beelden omheen zwermen. Een van de gemaakte zinnen heb ik in dit boek middels een fotoserie uitgewerkt: Coloured Room with Black and White Scene. Maar eigenlijk was het redelijk willekeurig, dat ik juist deze zin heb uitgewerkt. In principe had ik het ook met de andere zinnen of woorden kunnen doen. Uiteindelijk zijn er meerdere zinnen in werkelijkheid uitgewerkt. Zo ook de zin '82% Reduction of an Action that Probably Never Took Place Before'. Eigenlijk had ik al jaren de wens om een gebeurtenis verkleind te laten plaatsvinden, en het is dan mooier om voor een gebeurtenis te kiezen die nog nooit in de wereld heeft plaatsgevonden. In eerste instantie dacht ik aan een ongeluk dat ik op 82% zou laten plaatsvinden, een ongeluk met verkleinde voorwerpen, maar het leek me vooralsnog beter om een denkhandeling te verkleinen. Ik besloot om twee dingen op elkaar te zetten en ik zocht naar twee voorwerpen die vaak bij elkaar in de buurt komen maar nog nooit, nergens ter wereld, op elkaar zijn gekomen. Het moesten ook twee voorwerpen zijn waarvan het prachtig is dat ze eindelijk op elkaar terecht zouden komen. Uiteindelijk heb ik een langspeelplaat en een pak suiker verkleind naar 82%, en heb ze vervolgens op elkaar gezet. Zo is het pak suiker in mijn gebouw gekomen. Ik vind het mooi dat het verpakkingsmateriaal tussen de groeven van de langspeelplaat en de suiker in zit. Suiker bestaat uit allemaal kleine lompe diamantjes. Je vraagt je af hoe geluid klinkt als het naar 82% is verkleind. En het verschilt dan of je een plaat van Bach verkleint of iets van Stockhausen. Later heb ik met deze gegevens ook de zin 'Reduced Night Scene with Broken Moment' uitgewerkt. Ik besloot om een verkleinde gebeurtenis in een landschap te laten plaatsvinden, of eigenlijk in een uitsnede van een nachtlandschap. Ik heb één vijfde van een verkleinde langspeelplaat afgezaagd en ik heb de plaat iets verhoogd, horizontaal in het landschap gelegd, ongeveer een centimeter van de zandbodem. Vervolgens heb ik de suiker op de rand van de afgezaagde plaat laten vallen. Doordat het valmoment van de suiker gebroken wordt krijg je eigenlijk twee soorten suiker: de suiker die op de groeven van de langspeelplaat terecht is gekomen en de suiker die op het landschap terecht is gekomen en bijna samenvalt met de zandkorrels. Beide soorten geven geen geluid, en alles is verkleind naar 82%.
De fotoserie Coloured Room with Black and White Scene uit het gelijknamige boek bestaat uit een ongelooflijk volle kamer. Later heb je nog een andere versie van de zin 'Coloured Room with Black and White Scene' gemaakt?
Ja, ik vond het interessant om dezelfde zin nog eens totaal anders uit te werken. In de tweede versie van deze zin heerst juist een ingetogenheid. Centraal in deze kamer is natuurlijk het zwartwitstilleven dat gemaakt is met onder andere kippenbouillon, precies omgezet in de juiste grijstinten, zoals bij een echte zwartwitfoto. Ik vind het goed dat deze kamer echt blijft bestaan en de andere alleen middels de fotografie. Verder bevindt zich in deze kamer een liggende figuur waarin ik stijlkenmerken van zo veel mogelijk culturen van bijvoorbeeld de Grieken, Etrusken, Egyptenaren, Afrikanen en Aziaten met elkaar heb gecombineerd tot een logisch lichaam. Vervolgens heb ik onder een van de armen van dit lichaam enkele voorwerpen gestopt, waardoor de arm iets opgelicht wordt. Het lijkt een bevestiging van het levenloze van het beeld en tegelijkertijd lijkt er door de beweging van de arm juist leven in deze figuur te komen. Bij dit lichaam ligt een klomp klei, van hetzelfde materiaal, waar op een agressieve manier met de hand in is gegrepen.
Is de plattegrond Inhabited for a Survey (p. 18) ook te beschouwen als een soort lichaam?
Ja, misschien wel ja. Deze plattegrond uit 1986 is gemaakt van alle schrijfmaterialen die ik op dat moment had en diende als basis voor een te schrijven zelfportret. Het betrof een gebouw waarin zeven personen samen een zelfportret vormden. Het zou een boek worden zonder begin of eind waaraan ik verder voortdurend zou moeten werken. Ik vond het interessant dat het een droge formele plattegrond was waarin geen enkele beweging was waar te nemen. Hierin wilde ik een mentaal zelfportret projecteren, waarin alles zich slechts in taal zou afspelen. Ik raakte echter steeds meer gefascineerd door de fysieke verschijning van de plattegrond. Hoe ik daar als mens voor stond; hoe lang ik zelf was in verhouding tot de dingen op de grond; hoe het veranderende licht een balpen zo anders maakte; dat ik met mijn oog dichter bij een gum kon komen en wat er dan in mijn hoofd gebeurde. Dit inzoomen veroorzaakte een adembenemende filmische ervaring: ik kon me bewegen over deze voorwerpen en de dingen dicteerden mijn gedachten door hun kleur, hun taal, hun vorm en hun onbeschrijfelijke feitelijke onderlinge samenhang. Ik kwam tot de conclusie dat het niet juist was om een zelfportret in taal te laten bestaan. De wereld zelf is complexer dan de wereld van taal die in de wereld is ingemonteerd. Ik besloot het boek niet meer met woorden te schrijven maar met voorwerpen en het zelfportret als een imaginair gebouw in de werkelijkheid in te monteren.
Een van die dingen die later in dit zelfportret is terechtgekomen is het werk Fox / Mouse / Belt. Kun je vertellen hoe je tot dit beeld bent gekomen?
Ik heb het gemaakt in 1992, en in feite is dit werk ontstaan uit een opsomming van drie losse woorden. Het woord vos bestaat uit een springende vos die ik in het midden van een sprong heb bevroren. Ik heb hem of haar uit de tijd gepakt. Vervolgens heb ik een muis, die normaal gesproken even later in de maag van de vos zou kunnen verdwijnen, met mijn broekriem op de plaats van de maag van de vos vastgebonden. Dit geheel, dat in de lucht plaatsvond, heb ik met een eenvoudige beweging op de grond neergelegd waarbij het beeld nog verder in bewegingloosheid verzonk. Het is hierdoor alsof het moment zich in een voortdurend nu bevindt, het lijkt zich buiten de tijd te bevinden. Door de stilering ontstaat er een ongelofelijke stilstand zonder voor- en na-moment. In deze periode was ik verder gefascineerd door het feit dat levende wezens, als voedsel, in andere wezens kunnen verdwijnen, soms als zij nog levend zijn. Tegelijkertijd wilde ik op dat moment een beeld maken waarin een duidelijk menselijk handelen afleesbaar zou zijn. Ik wilde een soort dubbele moord plegen waarin juist een soort liefde naar boven komt. Ik heb uiteindelijk het beeld op zo'n manier beschilderd dat het lijkt alsof het natte klei is. Het laat daardoor een extreem kwetsbare naaktheid zien, en het lijkt alsof je het beeld elk moment zou kunnen indrukken. Dit is het enige toekomstmoment dat in het beeld ingesloten lijkt te zijn.
Dit beeld lijkt van natte klei te zijn gemaakt. In welke mate vind je het materiaal en het materiaalgebruik belangrijk voor de afzonderlijke werken?
In dit geval betreft het een figuratief beeld, en als je een figuratief beeld maakt is werken met klei gewoonweg de meest basale en voor de hand liggende techniek. Ik wilde dat de toeschouwer voor het beeld staat alsof het zojuist gemaakt is, met een uiterlijk van natte klei. Dat ik het beeld eerst heb moeten bakken in een oven en heb moeten afgieten in brons en heb moeten beschilderen alsof het van natte klei is, is van geen enkel belang. Ik wil mijn materiaal niet op een symbolische manier gebruiken, maar liever op een rechtstreekse en feitelijke manier. Ik wil niet zeggen: dit materiaal staat voor die en die betekenis of voor die en die persoonlijke invulling van de betekenis van het materiaal, want dan ontstaat er een vervelende omzeilende illustratieve rebus. Ik geef er de voorkeur aan om gebruik te maken van het rijke, onuitputtelijke vocabulaire dat de werkelijkheid zelf biedt.