Reduced Rooms with Changing Arrest (Reduced to 88%)
Kassel, 5 juni 2002

Marije Langelaar: Kun je iets vertellen over je werk in Documenta11 en waarom je hebt gekozen voor een verkleining van 88%?
Mark Manders: Door de reconstructie, c.q. verkleining naar 88% van alles in de installatie ontstaat er voor mij een interessante parallel met de vele documentaire-achtige werken op Documenta11. De verkleining van 88% is meer voelbaar dan zichtbaar en werkt juist daardoor enigszins vervreemdend. De vervreemdende afstand die deze verkleining met zich meebrengt, samen met de door elkaar verweven momenten, is gerelateerd aan de fotografie. Ik wilde een aantal ruimtes maken waarin je kunt ervaren hoe het is om een langer persoon te zijn. Je staat op een iets grotere afstand van de dingen. Dat ik het geheel naar 88% heb verkleind en niet naar bijvoorbeeld 85% komt doordat ik op zoek ben naar een zekere subtiliteit. Een grotere verkleining zou voor mij al snel te theatraal worden. Alle voorwerpen in deze installatie zijn eigenlijk werkelijke driedimensionale verkleinde afbeeldingen van de oorspronkelijke voorwerpen. Het is gewoon een ruimtelijke foto.
Het is dan wel een afbeelding van een werkelijkheid die tot nu toe nog nooit is verschenen in de wereld. Het is een verkleining van een realiteit die niet bestaat. Kun je iets vertellen over de wijze waarop de afzonderlijke werken zich binnen dit concept verhouden tot de fotografie?
In het werk Sand Rooms (Three Reconstructions at 88% of Three Consecutive Moments from May 15th 1993) heb ik drie verkleinde reconstructies van een kamer op elkaar gestapeld. Het betreft een kamer, geheel gemaakt van zand, die ontstaan is in 1993. In deze kamer bevindt zich in een van de hoeken een hoeveelheid zand die zich voortdurend vervormt tot andere gedaantes. De drie op elkaar gestapelde kamers zijn reconstructies van drie opeenvolgende momenten op 15 mei 1993. Het zijn drie ruimtelijke filmstills.
Het zand in de hoek van de kamer verschuift dus steeds naar andere vormen?
Ja, op 15 mei was het eerst een rond maanachtig hoofd met een lichaam dat een subtiel gebaar maakt naar de muur en bodem van deze zandkamer. Even later veranderde deze figuur in achtereenvolgens een vulkaan en een toilet waarop twee bovenbeenbotten lagen. Deze veranderende vormen bestaan steeds uit dezelfde hoeveelheid zand die zichzelf buiten mijn bereik om transformeert. Dit proces gaat onophoudelijk door en ik zou hiervan ongelooflijk veel reconstructies kunnen maken. Voor Documenta heb ik gekozen voor drie opeenvolgende momenten met slechts 1 frame tijdverschil.
In een ander werk van dezelfde installatie, namelijk de twee figuren van Reduced November Room, vindt eenzelfde verdubbeling van tijdsmomenten plaats.
Ja, op de tafel staan twee grote figuren die op het eerste gezicht identiek lijken, maar bij nader inzien twee opeenvolgende momenten van dezelfde figuur zijn, met een klein verschil in gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. Het lijken twee nagemaakte filmstills die de figuur een leven geven van bijna 1 seconde.
Hoe zijn de figuren ontstaan?
De figuur is op een vrij complexe manier tot stand gekomen. Ik heb allereerst drie naaktmodellen samengesmolten, twee meisjes en een jongen. Dit verkregen model heb ik vervolgens vervormd met behulp van een schema dat is gebaseerd op vormverschillen tussen twee bestaande vissoorten. Je kunt je voorstellen dat een vissoort door een vervormende kromme samendrukking is geëvolueerd tot een andere vissoort. Het hieruit afgeleide vervormingsschema heb ik toegepast op het samengestelde model. Vervolgens heb ik dit model weer meer anatomisch correcte trekken gegeven. Ik heb de muren van de installatie twee meter hoog gemaakt, zij staan slechts een voet van de smetteloos witte muren af, die meer dan vijf meter hoog zijn. Hierdoor lijkt er een eindeloze witte ruimte achter deze lage muren te ontstaan.
Een van de emmers in deze kamer bestaat eveneens uit twee momenten, maar in tegenstelling tot de twee figuren zijn de emmers in elkaar verweven.
Deze emmer heb ik samen met een aantal andere voorwerpen neergezet als een klassiek stilleven. Het bestaat uit onder andere een bot waarop zich een bobbel bevindt en een grote groep pakken suiker die als groep een rode pijl meedraagt. In ieder geval, dit stilleven heb ik zeer precies geplaatst. Vervolgens heb ik dit stilleven exact gekopieerd en daarna ten opzichte van elkaar verschoven, zoals je dat bijvoorbeeld met twee identieke dia's kunt doen op een lichtbak. Zo zijn de verweven emmers ontstaan. Een ander resultaat van deze verschuiving is dat de pijl van de suikergroep van het eerste moment wijst naar de bobbel op het bot van het tweede (verschoven) moment.
Dat doet me denken aan aanduidingen in een medisch leerboek.
Ja, en het zijn natuurlijk uiteindelijk allemaal pogingen om in een totaal stilstaand gebouw tijdsverloop te krijgen.
Kun je vervolgens iets vertellen over de keuken die je hebt gemaakt?
Het is een samenkomst van verschillende dingen waar ik al veel jaren mee bezig ben. Eigenlijk is het een driedimensionaal schilderij. Aan de achterkant van het werk bevindt zich een groot leeg ongeprepareerd schildersdoek. Daaromheen heb ik een enorme lijst gemaakt in de vorm van een keuken. De keuken is uiteindelijk de voorzijde van het werk geworden. Ik heb het woord keuken helemaal uitgekleed totdat alleen de naakte essentie van het concept keuken over is gebleven. De waterstraal is zo afgesteld dat hij een stilstaand iets lijkt te zijn geworden.
Het is een totaal ander materiaal geworden, pas wanneer je heel goed kijkt merk je dat het water is.
Het is een gewoon dagelijks iets waaromheen ik een beeld heb gebouwd. Het is een referentie aan het ongelooflijk stilstaande schilderij van Vermeer, Het melkmeisje. In feite gaat het net als in het schilderij van Vermeer om een moralistisch aspect van het kunstenaarschap, namelijk het optillen van een dagelijks iets.
In het werk Machine Constructed to Provide Persistent Absence komt ook een kraan voor.
Ik vind het moeilijk om iets over dit beeld te zeggen, ik heb er zo'n zeven jaar aan gewerkt. Uiteindelijk zijn het allemaal metalen die steeds in andere woorden veranderen. Van ijzeren kraan naar ijzeren waterstraal naar een ijzeren projector, enzovoort. Het is een soort opsomming van woorden. Ze lijkt in haar syntaxis een ontsnappingsmachine die schijnbaar wordt voortgeduwd door twee gestileerde ijzeren honden. In het geheel is het eigenlijk een groot ijzeren lichaam. Het heeft veel overeenkomsten met Staged Android. De vorm van dit werk is gebaseerd op de constructie van een eenvoudig organisme of levensvorm. De basale functies zijn uitvergroot en omgezet in voorwerpen en woordloze vormen. Het werk heeft een duidelijke ingang met een aantal agressieve ijzeren pinnen en een uitgang in de vorm van een houten schoorsteen. Boven de schoorsteen bevindt zich een ijzeren controlestaaf. Verder is er ook nog een grote rotsachtige diervorm die op een grove manier aan de tafel is vastgebonden. Het dier lijkt nog het meest op een vereenvoudigd wegspringend rund dat is verbonden met de ijzeren bakken onder de tafel. Verder bevindt zich aan de onderzijde van dit beeld een verkleinde kledingset.
Het valt mij op dat in beide werken beweging wordt gesuggereerd, in het ene door de bootachtige pianovorm en de voortduwende honden, en in het andere door het dier, maar dat ze juist allebei door de manier waarop ze gemaakt zijn totaal geen rekening houden met een beweging; het zijn eerder logge meubelstukken die nooit hun kamer zullen verlaten.
Het zijn ook twee werken die binnen de gehele installatie een referentie hebben aan iets landschappelijks, iets wat zich buiten een huiskamer bevindt.
We hebben al eerder gepraat over je nachtlandschappen, nu heb je een nachtlandschap totaal geïntegreerd in de architectuur van de installatie.
Het is een enorme ruimtelijke nachtfoto die door de muren en het glas is afgesneden. In het landschap bevindt zich een verkleinde scène, een scène die officieel dramatisch zou moeten zijn, maar in de manier waarop ik het stilleven heb samengesteld is het eerder pure melancholie. Ik heb het brute stilleven opgesteld op een typisch Nederlandse rechtlijnige en strenge afstandelijke manier. Het is een heel ritmische opstelling. Het is een opstelling die, fictief, gemaakt is op een warme zondagmiddag waarna ze is achtergelaten en toegeëigend door de nacht.
Door de stoelen lijkt het ook op een enorme tafel met een ruimtelijke surrealistische voorstelling.
Ik vind dat mijn werk, en ook dit werk, absoluut niks met het surrealisme te maken heeft. Voor mij zijn het allereerst duidelijke conceptuele constructies waarin inderdaad soms poëtische voorstellingen gehangen worden. Naar mijn idee werkten de surrealisten op een heel andere manier, meer zoals je ongecontroleerd een das breit, met als meest duidelijke voorbeeld Dalí. Mijn werk heeft ook niets met dromen of freudiaanse lectuur te maken. Ik vind het een onbegrijpelijke maar toch erg vertrouwde voorstelling. Het is natuurlijk een mentale nachtfoto, afkomstig uit de geest van de kunstenaar en vervolgens gematerialiseerd en neergelegd op het zand. Het is een nog nooit eerder vertoonde voorstelling: een draad hangt met een slappe boog tussen twee flessen door het midden van een doorgesneden kat, om vervolgens met zwaar hangende lussen over drie kopjes heen te gaan en een lange afsluitende boog te maken tussen nog twee flessen. De twee bogen lijken elk een andere visuele toon te maken, maar zijn ondanks hun vergelijkbare verschijning toch totaal verschillend omdat de eerste boog een hoogst gespannen gebied doorsnijdt. Er blijkt een duizelingwekkende hoeveelheid mogelijkheden te zijn om in de wereld dingen ten opzichte van elkaar neer te zetten. Door de werking van het glas wordt de scène bijna een voorgekauwde foto die de bezoeker binnen een fractie van een seconde met het hoofd maakt en vervolgens meeneemt. De totale installatie Reduced Rooms with Changing Arrest (Reduced to 88%) verhoudt zich tot een normale, onverkleinde stoel die wordt getoond in een glasvitrine. Hiermee zondert deze normale stoel zich als het ware af van de werkelijkheid en van de verkleinde installatie. Van deze stoel bevindt zich een volkomen identiek, naar 88% verkleind exemplaar in de installatie. Door de normale 100%-stoel in een vitrine te plaatsen wordt juist de werkelijkheid duidelijk tentoongesteld.
Dus zo wordt de werkelijkheid binnen jouw ruimtelijke foto binnengehaald.
Mijn werk is een ode aan het fictieve, aan het alsof-denken. Ik ben van mening dat het belangrijk is dat je het fictieve als waarheid hanteert ondanks het besef dat het fictie is. Het fictieve van mijn Zelfportret als gebouw, waar deze installatie deel van uitmaakt, werkt als een lange stok om ergens naartoe te springen. Ik hang niet in de lucht om ergens aan te komen. Het is geen poging om aan de realiteit te ontsnappen, het maakt deel uit van de realiteit. Ik wil gewoon onderzoeken hoe ver je kunt gaan in het denken, en hoe dat denken in een materiaal kan kruipen, om van daaruit steeds weer en steeds weer opnieuw door een hoofd te worden opgenomen.
Kun je ten slotte in het kort vertellen hoe je hebt besloten om kunstenaar te worden?
Het zijn verschillende aspecten die bij elkaar kwamen. Ten eerste is het natuurlijk fantastisch om te leven, dat er een stuk hout in je tuin kan liggen en je daarnaartoe kan lopen en daarop in kan zoomen. Ik kan me niet veroorloven om uit het leven te gaan zonder iets gezegd te hebben. Toen ik achttien was merkte ik dat de taal van de beeldende kunst mij na lag en ik voelde mij al meteen heel erg verantwoordelijk om daar zorgvuldig en geconcentreerd mee om te gaan. Ik was toen ook erg gefascineerd door het feit dat ik schoenen droeg, dat mijn voeten, na al die evolutie, zo zwak waren geworden, dat zij niet meer zonder bescherming van schoenen konden. Ik was toen zeer gefascineerd door de wijze waarop de mensheid door een enorme hoeveelheid van beslissingen tot de menselijke wereld is gekomen en hoe het lichaam zich daarmee verhoudt. Ik wilde daar een zelfportret aan toevoegen, niet een echt persoonlijk zelfportret, maar meer de idee van het zelfportret, de idee van een constructie, een fictief zelfportret. Een constructie die zich, net als je schoenen, buiten je lichaam bevindt. Ik geloof nog steeds dat de kunst de taal is om in te werken. Uiteindelijk ligt ze dichterbij dan wetenschap. En verder, wat ben ik nu zelf? Een mens die zich door middel van zeer precieze conceptuele constructies ontvouwt tot een afschuwelijke hoeveelheid taal en materiaal.