Sunday Night Trick
Marije Langelaar
uit: 'Several Drawings on Top of Each Other', ROMA Publications, Arnhem 2001

Waar de dichter woorden plaatst, zet Manders beelden. Niet zelden laten zijn tekeningen zich lezen als gedicht. Terwijl de dichter afhankelijk is van het voorstellingsvermogen van de lezer en de tijd bij de lectuur een rol speelt, omdat een gedicht nu eenmaal gelezen moet worden, en het beeld geleidelijk door de opeenvolging van zinnen wordt opgebouwd en verstevigd, biedt de tekenaar een heel gedicht aan in misschien wel een seconde. Lastig blijft om achteraf het ontstaan van de poëzie van de tekening te verklaren. Het is een ongrijpbare samenhang van beelden, moeilijk te vangen in woorden, maar ook dát is verwant aan het gedicht. Immers, de kracht ligt niet in het plaatsen van de woorden maar in de spanningsboog die woordeloos onder de beelden ligt verscholen.
In de tekeningen van Manders, die zich duidelijk afspelen in het tweedimensionale vlak, wordt een complexe wereld opgebouwd. Bepaalde beeldelementen komen terug in steeds wisselende voorstellingen. Hij geeft hiermee de afzonderlijke beeldelementen een visueel verleden. De technische stijl van Manders is divers. De tekeningen lijken snel en direct gemaakt, soms met slechts enkele lijnen, die binnenruimtes omsluiten. De dieptewerking ontstaat door eenvoudige perspectivische middelen die het tweedimensionale vlak van het tekenpapier echter nooit ontkennen.
Mark Manders speelt in zijn tekeningen met de beleving van de beschouwer en lijkt te kunnen voorzien hoe de ene gedachte de andere opvolgt; zijn beelden dirigeren het denken.

Karin (p. 87)
De tekening Karin is een goed voorbeeld van poëzie die zich meer in beeld dan in taal afspeelt. Ze toont een scène net na een ongeluk. Een auto ligt in puin, een meisje schreeuwt, een jongen staart in leegte. De tegenstelling tussen het gedetailleerde binnenwerk van de auto en de lege hulsels van de lichamen is verontrustend. Niet de mensen hebben een identiteit gekregen maar het autowrak dat dik omlijnd tussen harde krassen in ligt. Met twee kruisjes zijn plaatsen gemarkeerd, alsof de wereld is opgedeeld in twee gebieden: de plek binnen het ongeluk en de plek erbuiten. De dikke lijn om de auto wordt zo als het ware een stevig vlies dat tussen het ongeluk en de wereld in hangt.
De archetypische verbeelding van een ongeluk verandert door de titel in een persoonlijk moment. Ondanks de kale vormen van het fictieve meisje en het feit dat ze uit niet meer bestaat dan een omtreklijn en wat strepen boven haar nek, krijgt ze een gezicht en een geschiedenis.

Drawing with Singing Sailors (p. 85)
Deze tekening toont het hoofd van een man waarvan de huid is afgestroopt.
We zien alleen aaneengesloten spieren en holtes waar eens ogen en neus zaten. De spieren van de kop gaan over in golven. Daaronder verschijnt een poort die een kopie lijkt van de oogkas. In plaats dat informatie binnenstroomt, varen nu de laatste schepen uit. Met vlaggen in de masten.
De beschrijving van de tekening is lang, maar het beeld is krachtig en in één keer te duiden. De potloodstrepen zijn vloeiend en doelbewust op de juiste plaatsen neergezet; donker waar het donkerder moet zijn, lichter waar dat kan. Het beeld wordt aangevuld met de titel Drawing with Singing Sailors waardoor de poëzie en de verwondering meteen de zwarte lijnen binnendringen; de tekening maakt geluid en wordt levend. Het gezicht daarentegen wordt leger en sterft.

Falling Earring / Written Horror Vacui (p. 47)
Deze tekening, waarin twee tegengestelde krachten hun invloed uitoefenen op de dingen, draagt twee titels. Aan de linkerzijde valt een oorbel, getrokken door de zwaartekracht, uit het oor van een zittende vrouw. Aan de andere kant stijgt een tekst als rook op uit een fles. De vrouw zit als een onbewegelijke toeschouwer tussen de bewegingen in. Haar hoofd ietwat arrogant opgetild, haar benen kuis over elkaar.
Wanneer je je voorstelt dat deze bewegingen daadwerkelijk gelijktijdig plaatsvinden, beide ietwat vertraagd in de tijd, is dat een prachtige, filmische beleving. De tekst die uit de fles omhoog komt en stelt dat alles in de natuur opgevuld wil worden en een afschuw heeft van leegte, lijkt tragisch genoeg een lege ruimte achter te laten.

Several Drawings on Top of Each Other (p. 6)
In een lange, rechte lijn liggen een vijftiental stapels van duizenden lege A4-tjes op een rij. Alleen in de voorste drie stapels zijn de vellen veranderd in tekeningen, waarmee met gemak een grote ruimte kan worden gevuld. Een hond, die in een geconcentreerde houding op de vloer ligt, heeft zijn kop iets opgetild. Een stapel tekeningen dient als steun en houdt hem op de juiste plaats. De huid van het zwarte bronzen dier is zo behandeld dat zij de uiterlijke verschijningsvorm heeft van de binnenzijde van een tekenpotlood.
Dit werk toont treffend de veelbelovende toekomst van het materiaal en tegelijkertijd een niet aflatende nachtmerrie van de kunstenaar. Immers, ondanks zijn grote productiviteit zal hij met zijn werk steeds achter lopen bij het reusachtige beschikbare vacuüm in de wereld. Ondanks de duizenden tekeningen die het werk bevat, toont dit werk een tekort.

Frozen Moment (p. 118)
De tekening Frozen Moment geeft een scène weer, bestaande uit vier afzonderlijke elementen, opgesteld in het lege vlak van het papier. Ver weg in dit uitgestrekte landschap staat een stilgelegde fabriek. Op de voorgrond zien we hoe een armloze vrouw voorover buigt om een gemuteerd 'pi'-teken van dichtbij te bekijken. Het teken lijkt als een plant uit de aarde te zijn geschoten. Boven deze figuur bevindt zich een vallende kubus. Door de toevoeging van een cijfer bij elk fragment wordt het kijkgedrag nadrukkelijk gestuurd en als beschouwer probeer je de opeenvolging van elementen op een logische manier aaneen te schakelen. Gewend aan beeldaaneenschakelingen in de wereld van reclame, film en strips, verwacht je een afsluitende climax in de laatste seconde. Hoe treffend en paradoxaal is dan het gebruik van het oneindige getal 'pi'.
Bij het laatste moment van de tekening aangekomen blijven de cijfers zich eindeloos voltrekken in de ruimte. Behalve dat ze de beeldvolgorde bepalen, wekken de cijfers de suggestie dat er buiten deze tekening een legenda bestaat.
Binnen deze eeuwig stilstaande afbeelding - immers al het getekende is in principe gedoemd onafgebroken stil te staan - is Manders er in geslaagd een tekening te maken die zich voortbeweegt in de tijd. Niet enkel door het gebruik van 'pi' maar ook door de vallende kubus ligt er een toekomstmoment in de tekening opgesloten.

Eye with Silver Ornament (p. 36)
Een oogbal is losgemaakt van zijn plaats in de schedel en afgebeeld met een groot, krullerig zilveren ornament dat op de lens is gelegd of vanuit de pupil wordt geprojecteerd. De vorm van het ornament heeft verwantschap met een gewei, met bloedvaten, rivieren, takken en planten.
Ik zie deze tekening als een ode aan de zintuiglijke waarneming en aan het brein, dat kleur geeft aan de observatie. Onze ogen staan in voortdurend contact met alles wat zich buiten bevindt en zij laten de wereld in principe 'ongekleurd' naar binnen. De betekenisgeving vindt pas plaats in de hersenen. Het kan niet anders of dit werk is gemaakt in een opwelling van positivisme. In deze tekening kleurt het ornament de wereld die langs de dunne lijnen naar binnen stroomt, terwijl het gelijktijdig de gehele wereld lijkt te vertegenwoordigen.

Straight Sky (p. 127)
In de tekening Straight Sky wordt een minder positief wereldbeeld opgeroepen. Het lijkt alsof wij van grote afstand inzoomen op de wereld en bij deze voorstelling belanden. De afbeelding toont wat je in een daad van opwellend negativisme kunt doen. In deze onschuldige negatieve daad wordt het negatieve getransformeerd tot een opgebouwde opbouwende constructie. Drie figuren en een grote muis staan op en tegen elkaar om samen een gesloten systeem te vormen. Het lijkt van belang dat zij elkaar net raken. Zo treft het braaksel van de bovenste persoon juist de kruin van de figuur naast hem, waarna het als een versiering met een flauwe bocht afbuigt. Bij een andere gestalte splitst de kots zich in tweeën om in contact te komen met zowel de muis als de onderste bukkende figuur. De muis wordt vreemd genoeg niet ondersteund, maar lijkt als door een magnetische kracht aan de onderste persoon gekleefd. Deze wanhopige, triomferende evenwichtsoefening vindt plaats onder een lucht die is teruggebracht tot een enkele rechte lijn.

Drawing with Vanishing Point (p. 77)
Dit is een goed voorbeeld van een tekening waarin een wetmatigheid consequent wordt toegepast. Op een obsessieve manier is elk punt waarop een beslissing in het denken heeft plaatsgevonden, dus bijvoorbeeld het moment dat een lijn wordt begonnen, gebogen of gestopt, door middel van een dunne rechte lijn verbonden met een enkel verdwijnpunt. Met kracht lijkt de beeltenis erin weg te schieten. Tevens werkt dit punt als een projectiepunt. Uit het enkele punt verschijnt een precieze afbeelding van een verontrustende vrouwenfiguur die naast een zwarte ingekraste ruimte is geplaatst. Het is alsof haar schreeuw een beweging naar rechts maakt en vervolgens grond voor haar voeten vormt. De vrouw lijkt op een oud geworden figuur uit een kindertekening. Haar lijf bestaat uit een enkele lijn waaraan twee naar boven gekrulde lijnen (hol als kommen) haar borsten aanduiden. Haar voeten lijken op harken. Alle lijnen die in haar gezicht zijn getekend lijken, door de afwezigheid van enig kader, weg of uiteen te drijven. Behalve een grote hoeveelheid voorhoofdrimpels heeft ze een veelvoud van wallen. Haar haren vallen vet en lang naar beneden. Deze pulserende beeltenis, geactiveerd door de wisselwerking van het verdwijn- en projectiepunt, toont een directe, krachtige afbeelding van angst.
Manders heeft twee andere tekeningen gemaakt waarin hetzelfde principe is toegepast. De titel is dan ook steeds gelijk. Een vroegere versie van bovenstaande tekening toont dezelfde hysterische figuur maar in een iets andere setting (p. 62), terwijl Drawing with Vanishing Point met toevoeging van de titel Drawing with Cemetery Horse (p. 72) een paard toont, balancerend op vier ballen, in een omgeving van louter krassen. Over dit paard heeft Manders ooit gezegd: 'Er ontstond een beeld van een paard dat met zijn benen op een elegante manier op vier zachte ballen balanceert. Dit leverde in mijn hoofd het beeld op van iets wat je kunt zien in de verte op een begrafenis. De idee dat je als paard voortdurend op ballen loopt en balanceert terwijl je weet dat de grond zwaar electrisch geladen is, geeft me eenzelfde gevoel als de gedachte aan de dood.'
Voor mij toont deze tekening het wezen van het bewustzijn. De activiteiten in het brein zijn zichtbaar gemaakt en het is alsof je aanwezig bent bij het ontstaan van de tekening. Er klapt kortstondig een werkelijkheid open uit het enkele punt, waaruit in principe elke voorstelbare voorstelling zou kunnen worden geprojecteerd. De inhoud van de afbeelding, een wild paard dat onrustig op vier ballen balanceert in een geprojecteerd zwevend landschap van lijnen, is gevangen op een evenwichtig en zeer kortstondig moment. Dit komt overeen met het ongrijpbare van het bewustzijn.

Rope Study (pp. 60, 61)
Naast de tekeningen op papier maakt Manders soms muurtekeningen. Een daarvan bestaat uit twee opeenvolgende momenten die naast elkaar getekend zijn. Een pop, die geconstrueerd is met aan elkaar geknoopte stukken touw, zweeft op geringe hoogte boven de grond. Behalve touwen lijken de lijnen in het net-achtig lichaam ook knooppunten van zenuw- of bloedbanen te bevatten. De handen en voeten zijn kleine ronde knoppen, eindpunten van het touw.
Om de twee punten die de handen voor moeten stellen, zijn cirkels geplaatst waardoor deze punten transformeren tot zendmasten of lijken op sneldraaiende propellers. De inhoud van het gelaat, dat een kwaadaardige uitstraling heeft, is vreemd: er komt een pluk haar uit een oor en het linkeroog bestaat uit een kleine kluwen van autobanen die door en over elkaar heen lopen. De opengesperde mond lijkt een soort mechanische constructie in zich te dragen die een grote gelijkenis vertoont met wielen die draaiende gehouden worden door rubberen drijfriemen. In het volgende moment van deze tekening gaan de wegen in het linkeroog zich ten op zichte van elkaar waanzinniger gedragen. Op het knooppunt van de wegen lijkt een ongeluk te zijn gebeurd. Dit heeft een paniekeriger oogopslag tot gevolg. De gehele oppervlakte van de mond is veranderd in een duistere, krasserige omgeving. Er heeft hier een kleine ontploffing of kortsluiting plaatsgevonden. Het eentonige geluid van de mechanische constructie is onderbroken door een harde, langdurige schreeuw.
Manders heeft met deze beide tekeningen een voortgaande verandering in het wezen van een fictief figuur ontleed en gevangen in twee kortstondige stilstaande frames. De beeldspraak die in de figuur plaatsvindt, de netachtige constructie van het lichaam, de achtbanen die in het oog cirkelen, de machinale constructie in de mond, is doeltreffend. Het geeft ons informatie en de illusie van een psychologisch inzicht in deze figuur, die slechts een leven heeft dat uit twee momenten bestaat. Deze momenten zijn later door Manders uitgerekt door beide tekeningen op 16 mm te filmen en naast elkaar te projecteren.

Machine Study (p. 153)
Manders heeft ook veel tekeningen gemaakt met studies voor zijn ruimtelijk werk. Soms zijn het schetsen, zoekend naar vormen, verhoudingen en maten en andere keren verheft hij de studie tot een zelfstandig werk. In Machine Study bijvoorbeeld, gemaakt in 1990, zien we de opstelling van Momenten Machine, een beeld dat hij in datzelfde jaar voltooide. Tussen de zorgvuldig geplaatste voorwerpen loopt door het midden een lijn van in elkaar grijpende vlammen. Het aan beide zijden brandende vuur sluit zich als gevouwen handen. Er spreekt een diep verlangen uit de voorwerpen om met elkaar te worden verenigd. In plaats van een destructieve factor is het vuur in deze tekening een verbindend, zalvend en naar elkaar toetrekkend element. De vlammen, die ook als decoratieve rand fungeren, slaan ook uit aan de rechterkant. Wederom zou ik dit vuur niet verwoestend willen noemen, echter een gloeiende kracht die bij de juiste samenvoeging van voorwerpen onder het materiaal verborgen ligt en tevoorschijn komt.

Drawing with Moss-clad Persons (p. 65)
Op deze tekening zien we een groep vreemd gevormde, agressieve figuren die een vechthouding aannemen tegen een uitstulpsel dat uit hun lichaam is gegroeid en naar het lijkt zich tegen hen heeft gekeerd. De vechtlustige uitdrukking op hun gezicht is vermengd met wanhoop. De uitstulping ligt als een langgerekte vlezige boksbal tegen de borst en mede door de peddelachtige vorm van de armen en handen hoor je reeds het drummende geluid van de rake klappen die desalniettemin ook de figuur zelf treffen. Het is een benarde situatie. Een figuur ligt al verslagen op de grond, de mond open gesperd, zijn armen werkeloos op de vloer en de uitstulping als een boksbal slap en hopeloos tegen zijn lichaam geplakt. De figuren zijn geplaatst in het midden van een dun getrokken lijn die een cirkel vormt. Dit versterkt het gevoel dat zij getoond worden in een intieme arena waar zij door ons worden bekeken. In de tekening Drawing with Moss-clad Person (p. 64) zien we slechts een enkel figuur tezamen met een lichaamsachtige vorm zonder ledematen en hoofd. Deze vorm staat op ijzeren pinnetjes. Ondanks de eenvoud van de verschijning wordt de suggestie gewekt van een menselijke figuur. Het lijkt alsof de boksende figuur zich zojuist bewust is geworden van het uitstulpsel op zijn borst. Hij is zichtbaar geschrokken en wil juist aanvangen met de confrontatie.
In deze werken is een nieuw geloofwaardig wezen gecreëerd dat naar het schijnt zijn gehele leven is gepreoccupeerd met de frusterende bezigheid een gedeelte van zijn lichaam dat zich tegen hem heeft gekeerd te bestrijden. Dit is des te interessanter daar het lijkt alsof er een continue geslachtsgemeenschap plaatsvindt tussen de beide, elkaar bestrijdende, helften. Tevens is dit het enige solide aanhechtingspunt. Door de titel tenslotte krijgen de figuren een kleur en een textuur en wordt de associatie met primitieve camouflage opgeroepen.

Sunday Night Trick (p. 88)
Het onderwerp van deze tekening heeft Manders uitgewerkt in verschillende versies. Het principe is steeds gelijk: een olifant slooft zich uit om met een wiskundige vorm een gesloten circuit te vormen. Het is een wankel evenwicht. Ledematen worden verwrongen en gepositioneerd op wijzen die verwantschap hebben met klassiek ballet. In Sunday Night Trick vormt de olifant tezamen met een trapezium een cirkel. Het is bijna mogelijk het gonzen van een electrisch systeem te horen dat aangeslagen wordt bij dit ononderbroken contact. Het is een melancholieke scène waar een groot verlangen uit spreekt, maar ze lijkt ook te handelen over het ontstaan van de tekening zelf.
De kunstenaar of tekenaar heeft de beschikking over ontelbaar veel mogelijkheden om lijnen ten opzichte van elkaar te trekken en in slechts een klein percentage van deze mogelijkheden wordt poëzie opgewekt. Een tekening is een uiterst fragiel netwerk van elementen die samen zijn gekomen op een stuk papier om steeds weer een kleine electrische spanning op te roepen in ons hoofd.